Hoe het werkt
Bunja is een modulaire honinggraat: blauwe ribben, grijze hoekstukken en wat jij in elk honinggat wilt. In de ontwerper online zie je een vereenvoudigde preview (zwarte lijnen) — handig om je patroon uit te proberen. Hieronder beschrijven we hoe je het in de praktijk in mekaar steekt.
Klaar om te spelen? Open de ontwerper.
In de praktijk: montage
Van tafel naar muur, in de volgorde die het meest logisch werkt.
Stap 1. Blauwe basisconnectoren op tafel
Leg eerst de blauwe basisverbindingen vlak op je tafel in precies de vorm waarin je je ontwerp later op de muur wil zien. Zo controleer je of je patroon klopt voordat je verder bouwt.
Stap 2. Wel- en celelementen plaatsen
Daarna schuif je je wel-elementen naar keuze in de cellen: potjes, mos, open vlakken … alles wat bij je sfeer past.
Stap 3. Hoekconnectoren: alles vastklikken
Zet de grijze hoekconnectoren erop en werk rond tot het hele raster tot één mechanisch geheel is geklikt. Vanaf nu beweeg je de constructie als één stuk.
Stap 4. Welke hoeken aan de muur? Boren en pluggen
Bepaal welke hoekpunten tegen de muur komen. Teken de juiste bevestigingspunten af, boor, plaats pluggen en hang de constructie netjes uitgelijnd op de muur.

Stap 5. Verbindingsafdekking
Daarna klik je de verbindingsafdekking op de ribben. Daarmee wordt het geheel strak afgewerkt én zie je de zwarte structuurlines verschijnen waar je dat wil.

Stap 6. Potjes in de constructie
Plaats de potjes (of andere cel-invulling) in de constructie op de plekken uit je ontwerp — zo krijgt elke hex de juiste functie vlak voor de laatste decoreerstap.

Stap 7. Bunja's — de kers op de taart
Tot slot plaats je de Bunja's waar je compositie nog wat extra karakter kan gebruiken — speels, maar met opzet, zodat je muur echt af voelt.

Tip: boren, pluggen en draagkracht hangen af van je muur — check even welk type muur je hebt voor je begint. Dit is bedoeld als praktische inhoud, geen vervanging voor professioneel montageadvies.
Connectoren — basis, hoeken en shop
Fysiek bestaan er o.a. blauwe basisconnectoren tussen de cellen en grijze hoekonderdelen die het geheel mechanisch sluiten — daarna volgen afdekking en eventuele Bunja's. In de ontwerper zie je dit vereenvoudigd als één doorlopend rooster.
Celelementen — wat zit er in elke cel?
Per zeshoek kies je een invulling: mos, pot, open frame … Dat bepaalt hoe je wand er uitziet en aanvoelt, terwijl het raster zelf hetzelfde blijft.
Bunja's — finishing touch
De kleine figuren zijn de laatste laag: ze geven je muur persoonlijkheid op de plaatsen waar het past binnen je patroon — na montage en afdekking.
